Burgerlijke Stand Zeeland (vanaf 1796/1811)

zgzwartelijn500 zgzwartelijn140blauw zgzwartelijn300

Na de inlijving van Nederland bij het Franse Keizerrijk met ingang van 1 januari 1811 werden ook in het toenmalige Zeeland de Franse wetten van kracht, waaronder de ‘Code Civil’, het Franse Burgerlijk Wetboek. Onderdeel hiervan was de ‘Etat Civil’, de burgerlijke stand. Er zijn in ons land enkele gebieden waar de burgerlijke stand eerder werd ingevoerd. In Zeeland zijn dit Zeeuws‑Vlaanderen en Vlissingen, die respectievelijk in 1796 en 1808 bij Frankrijk werden ingelijfd. Een speciale functionaris, de ambtenaar van de burgerlijke stand, werd in elke gemeente belast met het registreren van geboorte, huwelijk en overlijden van ingezetenen. Hij moest vier soorten registers aanleggen:

‑ register van geboorten;
‑ register van huwelijksvoltrekkingen en echtscheidingen (met bijlagen);
‑ register van huwelijksaan‑ en afkondigingen
‑ register van overlijden.

Over welke aantallen akten van de burgerlijke stand hebben we het eigenlijk? Een schatting uit 1996 telde voor heel Nederland een totaal van 11.370.000 geboorteakten (periode 1812‑1902), 3.544.000 huwelijksakten (periode 1812‑1922) en 11.111.000 overlijdensakten (periode 1812‑1942). Het aantal Zeeuwse geboorteakten over de hiervoor genoemde periode bedraagt naar schatting 629.000, het aantal huwelijksakten 165.000 en het aantal overlijdensakten 525.000.

Het aantal openbare akten van de Zeeuwse Burgerlijke Stand (stand per 1 januari 2017)

- Geboorteakten : 1796/1811 - 1916, aantal : 690.964
- Huwelijksakten : 1796/1811 - 1941, aantal : 196.046 
- Overlijdensakten : 1796/1811 - 1966, aantal : 664.624 
 
Totaal : 1.558.259 akten.

De verschillende soorten akten kunt u ook in afzonderlijke groepen in Zeeuwen Gezocht raadplegen.

Geboorteakte

De geboorteakte kan men beschouwen als de belangrijkste akte van de burgerlijke stand, omdat het eerste wettelijk bewijs van het bestaan van een persoon hierin wordt vastgelegd. Bovenaan de geboorteakte staat de datum van aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand vermeld. Men moest ‑ dit geldt nog steeds ‑ binnen drie dagen na de geboorte aangifte doen, zon‑ en feestdagen niet meegerekend. Meestal is de vader de aangever, maar niet in alle gevallen. Als de vader ziek was, in actieve militaire dienst of iets dergelijks, werd de aangifte gedaan door een arts of vroedvrouw of door degene in wiens huis de bevalling had plaatsgevonden. Tot en met 1934 werd de geboorteakte opgemaakt in aanwezigheid van twee getuigen. In veel gevallen is er een relatie tussen de aangever en de getuigen (familie of buren). Vaak ook traden de veldwachter en een secretarieambtenaar op als getuigen.

Het kind werd aangegeven met zijn officiële voornamen. Tevens staat vermeld hoe laat het kind is geboren en op welk adres in de gemeente. Daarna volgt de naam van de moeder. De leeftijd van de vader, áls deze de aangever is, biedt aanknopingspunt diens geboorteakte op te zoeken. Zo vormen de geboorteakten de bouwstenen voor een stamreeks.

De geboorteakte van een buitenechtelijk kind bevat meestal alleen de naam van de moeder. Het gebeurde vaak dat een man die een ongehuwde moeder trouwde, haar kind als het zijne erkende. Hij was dan niet altijd de biologische vader, maar werd wel de juridische. Dit wordt in de huwelijksakte vermeld en ook in de kantlijn van de geboorteakte van het kind. Een dergelijke aantekening in de marge wordt ook wel ‘kantmelding’ genoemd, en werd ook aangebracht als bij Koninklijk Besluit de voornamen of familienaam van het kind waren gewijzigd. Enkele gemeenten in Zeeland registreerden de erkenning van ‘buitenechtelijke natuurlijke kinderen’ achterin het geboorteregister als afzonderlijke akte. De aangifte van levenloos geboren kinderen is opgenomen in de registers van overlijden.

Huwelijksakte

De huwelijksakte geeft veel informatie. Zowel van de bruidegom als van de bruid staan vermeld de naam (namen), de leeftijd, het beroep, de geboorteplaats en de woonplaats. Ook de beide ouderparen worden vermeld. Als die nog in leven zijn, worden ook hun beroepen en woonplaatsen gegeven. In de akte staat verder nog een opsomming van de overgelegde bijlagen. Aan het slot van de akte worden de getuigen genoemd, met hun leeftijd, beroepen en woonplaatsen en veelal een aanduiding van hun relatie tot het bruidspaar. Tot 1927 zijn de getuigen altijd van het mannelijke geslacht.

Tot 1970 moest een huwelijk voltrokken worden in de woonplaats van de bruid of bruidegom. Gebruikelijk was dat echtparen vroeger trouwden in de woonplaats van de bruid. Als een echtpaar niet trouwde in de plaats waar de kinderen geboren werden, kan het dus vaak helpen te zoeken naar de geboorteplaats van de bruid, bijvoorbeeld in haar overlijdensakte.

Echtscheidingen kwamen in het verleden veel minder voor dan tegenwoordig. In het geval dat een huwelijk door echtscheiding werd ontbonden, werd door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het ontbonden huwelijk indertijd was gesloten in het register van huwelijksvoltrekkingen een akte van echtscheiding opgemaakt. De plaats waar deze akte werd opgenomen kan verschillen: tussen de huwelijksakten, of in een afzonderlijke katern achterin het register. De ontbinding van het huwelijk was pas een feit wanneer de echtscheiding door de ambtenaar van de burgerlijke stand was ingeschreven. In deze inschrijving moest het vonnis (naam van de rechtbank, datum en eventueel nummer) worden vermeld. Bovendien maakte de ambtenaar van de burgerlijke stand een zogenaamde kantmelding in de marge van de oorspronkelijke huwelijksakte. Hij had daarvoor maar weinig ruimte en moest wel heel klein schrijven; vaak deed hij dat met een rode pen.

In Zeeland zijn er tussen 1811 en 1922 1.049 echtscheidingen in de registers van huwelijksvoltrekkingen ingeschreven. Dat is met een percentage van 0,6% uitzonderlijk laag in vergelijking met het huidige nationale percentage van bijna 40%. In de steden Middelburg en Vlissingen bedroeg het echtscheidingspercentage respectievelijk 1,7% en 1,5%.

Overlijdensakte

De overlijdensakte bevat de naam, voornamen, beroep, geslacht, leeftijd en woonplaats van de overledene, de datum van aangifte en de datum en het tijdstip van overlijden, de namen van de aangevers, waarbij ook een eventuele (familie)relatie wordt vermeld, de namen van de ouders van de overledene en de namen van de huwelijkspartner(s). In de oudere overlijdensakten ontbreken vaak de gegevens van de ouders. Soms wordt ook het adres vermeld waar de persoon overleed.

Het overlijden werd geregistreerd in de gemeente van overlijden. Als dat niet de officiële woonplaats was, stuurde de ambtenaar van de burgerlijke stand een extract (uittreksel) van de akte naar zijn collega in de woonplaats van de overledene. Deze schreef het extract in het register van overlijden. Het overlijden van een persoon kan dus twee keer geregistreerd zijn.

De doodsoorzaak is niet via de overlijdensakte te achterhalen. Alleen als de overledene is verdronken, wordt dit vermeld.

Langs de Zeeuwse kust spoelden regelmatig lijken aan van personen die ergens op zee of in de Zeeuwse stromen waren verdronken. In dat geval werd een overlijdensakte opgemaakt in de gemeente waar het lijk was gevonden of aan land was gebracht. Vanaf 1955 wordt zo’n document ‘akte van lijkvinding’ genoemd.

[Laatst bijgewerkt: 1 januari 2017]