Nieuw-rechterlijke archieven 1811-1939
Inleiding
Bronnen in Zeeuwen Gezocht
Inleiding
In de Franse Tijd werd de rechterlijke organisatie ingrijpend gewijzigd. De rechtspraak was voortaan een zaak van de centrale overheid. De plaatselijke keuren en ordonnanties op basis waarvan door de verschillende rechtbanken recht werd gesproken, werden buiten gebruik gesteld en vervangen door uniforme, voor iedereen geldende wetten.
Met ingang van 1 oktober 1838 werd een aantal Franse wetboeken vervangen door nieuwe eigen wetboeken, waaronder de wet op de rechterlijke organisatie.
De rechtspraak speelde zich vanaf dat moment op vier verschillende niveaus af:
• Bovenaan het landelijke gerechtshof. De Hoge Raad der Nederlanden, ook wel Hooggerechtshof genoemd, behandelt zaken in cassatie. Wanneer een rechter een vonnis geveld heeft dat niet in overeenstemming is met de wet, wordt dit door de Hoge Raad vernietigd. Tot 1814 kon men in cassatie gaan bij het Hof van Cassatie of Verbrekingshof (Cour de Cassation) te Parijs.
• Vervolgens in elke provincie een provinciaal gerechtshof. Van 1811‑1838 was dat het Hof van Assisen te Middelburg, van 1838 tot en met 1876 het Provinciaal Gerechtshof van Zeeland te Middelburg en daarna werden de Zeeuwse rechtszaken voor het Gerechtshof in Den Haag behandeld. Men kon in hoger beroep bij de Hoge Raad.
• Elke provincie was opgedeeld in arrondissementen. Tot 1838 bestond er op arrondissementsniveau de rechtbank van eerste aanleg. Na 1838 werd deze arrondissementsrechtbank genoemd. Deze rechtbanken hielden zich bezig met vonnissen van het kantongerecht in hoger beroep, burgerlijke zaken, zoals faillissementen, echtscheidingen en strafzaken. Men kon in hoger beroep bij het Gerechtshof.
Tot 1838 was er nog de Rechtbank van Koophandel te Middelburg, die zich bezighield met handelszaken. Na 1 oktober 1838 werden de taken overgenomen door de arrondissementsrechtbank.
• Elk arrondissement was op zijn beurt opgedeeld in een aantal kantons. Het kanton is het laagste niveau in de Nederlandse rechtspraak. Het rechtsgebied van een kanton wordt gevormd door een aantal gemeenten. Van 1811 tot 1838 was op kantonniveau het vredegerecht werkzaam, vanaf 1838 het kantongerecht. Men kon in hoger beroep bij de arrondissementsrechtbank. In Zeeuws‑Vlaanderen was het vredegerecht al vanaf 1796 werkzaam.
Vanaf 1875 werd een proces van inkrimping en samenvoeging van rechterlijke instellingen in gang gezet. De werkgebieden van de arrondissementsrechtbanken en kantongerechten werden samengevoegd, totdat uiteindelijk de Arrondissementsrechtbank van Middelburg de gehele provincie omvatte. Ook zaken op kantonniveau worden door de arrondissementsrechtbank behandeld.
Bronnen
Nieuw‑rechterlijke archieven zijn in het algemeen seriematige archieven, dat wil zeggen dat zij veelal bestaan uit chronologisch geordende gelijksoortige stukken, bijvoorbeeld series vonnissen, processen‑verbaal van terechtzittingen, processtukken, beschikkingen op rekesten en akten van buitengerechtelijke zaken. Uit elk van de drie hoofdrubrieken vindt u hierna enkele voorbeelden.
1. Strafzaken
Het Franse wetboek van strafrecht, Code Pénal, verdeelde de strafbare feiten in overtredingen (contraventions), wanbedrijven (délits), delicten waarop een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar stond zoals diefstal, verwonding en bedelarij en misdrijven (crimes), de zwaarste categorie van delicten. De competentie van de rechterlijke instellingen correspondeerde met deze verdeling: de overtredingen kwamen voor de vrederechter (in deze optredend als politierechter), vanaf 1838 de kantonrechter. De wanbedrijven werden ter kennis gebracht van de rechtbank van eerste aanleg, vanaf 1838 de arrondissementsrechtbank. De zwaarste categorie, de misdrijven, kwam voor het Hof van Assisen, vanaf 1838 het Provinciaal Gerechtshof van Zeeland, vanaf 1876 het Gerechtshof in Den Haag.
De invoering van een nieuw Nederlands Wetboek van Strafrecht in 1886 bracht een aanzienlijke wijziging in de competentie van de gerechten in strafzaken. Het Franse onderscheid van strafbare feiten in drie categorieën werd in deze wet teruggebracht naar twee: overtredingen die voor de kantonrechter dienden te worden gebracht, en misdrijven die ter kennis van de arrondissementsrechtbank kwamen.
Onderzoek naar een strafzaak kunt u het best beginnen in het rolboek (de ‘rol’) waarin alle gegevens over het verloop van het proces worden ingeschreven. Aan de hand van de in de rol vermelde nummers en data kunt u verder zoeken in de vonnissen en de processen‑verbaal van terechtzitting.
2. Civiele zaken
In civiele zaken werden alle personele zaken en zaken betreffende roerende goederen tot een bepaald bedrag voor de vrederechter gebracht, zoals pacht‑, huur‑, arbeids‑ en familiezaken, voogdijen, krankzinnigverklaringen en vennootschapszaken.
Ook bij het onderzoek naar een civiele zaak kunt u het best beginnen in het rolboek (de ‘rol’). Aan de hand van de in de rol vermelde nummers en data zoekt u verder in het audiëntieblad, waarin de processen‑verbaal van de terechtzittingen en het vonnis staan ingeschreven, en eventueel in de aanwezige bijlagen.
3. Buitengerechtelijke zaken
Naast strafzaken en civiele zaken waren de gerechten ook competent in allerhande buitengerechtelijke zaken (voluntaire jurisdictie), bijvoorbeeld op het gebied van voogdij, curatele, beëdigingen, verzegelingen en handlichting. Sommige van deze rechtshandelingen bevinden zich op het grensgebied van ‘civiel’ en ‘buitengerechtelijk’, maar ze zijn in de archieven meestal terug te vinden in de series ‘akten en beschikkingen’. Tevens fungeerden de griffies van de gerechten regelmatig als een soort ‘deponerings‑ en registratiekantoor’, waarbij vele soorten stukken op grond van bepaalde wetgeving bij een gerecht moesten worden ingeleverd of geregistreerd, bijvoorbeeld oprichtingsakten van vennootschappen of de registratie van fabrieksmerken. Ook notarissen waren verplicht het dubbelexemplaar van hun repertoria bij de rechtbanken te deponeren. Dit soort taken leverden in de archieven vaak algemene series ‘gedeponeerde stukken’ op of specifieke series zoals vennootschapsakten en huwelijkse voorwaarden.
Voor onderzoek naar een akte, beschikking op een rekest, registratie of deponering is de meest aangewezen weg het raadplegen van het register waarin deze handelingen werden ingeschreven. Bij de rechtbanken vormen de beschikkingen op rekesten afzonderlijke series en zijn er meestal rekestregisters aanwezig. Bij de vrede‑ en kantongerechten zijn de beschikkingen op rekesten en akten in buitengerechtelijke zaken vaak gecombineerd tot één serie ‘akten en beschikkingen’. De toegang hierop wordt gevormd door de repertoria van de griffier, beschreven in de rubriek ‘huishoudelijke en griffiezaken’.
Bronnen in Zeeuwen Gezocht
Faillissementsdossiers Rechtbanken 1815-1932
Als iemand niet meer in staat is zijn financiële verplichtingen na te komen, kan aan de rechtbank gevraagd worden hem failliet te verklaren. Een dergelijk verzoek wordt gedaan in de vorm van een rekest. Zo’n rekest kan door de betrokkene zelf worden ingediend of door een of meer van zijn schuldeisers. Na onderzoek kan de rechtbank reageren met een vonnis, waarin wordt vastgesteld dat de betrokkene blijkbaar heeft opgehouden te betalen en dat hij daarom in staat van faillissement wordt verklaard. Tevens wordt dan een curator benoemd. Het is de taak van de curator om te bekijken welke lasten en baten de faillietverklaarde heeft, bij wie hij schulden heeft en hoe die zo goed mogelijk kunnen worden vereffend. Is dit alles afgehandeld (wat soms jaren kan duren), dan komt aan het faillissement een einde.
Van alles wat er gebeurt nadat iemand failliet is verklaard worden stukken opgemaakt. Deze stukken vormen een faillissementsdossier. Zo ontstonden in de archieven van de Zeeuwse rechtbanken omvangrijke series faillissementsdossiers, geordend op datum waarop het faillissement werd uitgesproken. In Zeeuwen Gezocht zijn opgenomen de dossiers van personen waarover in de periode 1815-1932 door de Zeeuwse rechtbanken een faillissement is uitgesproken. De papieren versie van deze index is beschikbaar in de studiezaal, serie Nadere toegangen NADT 180. Deze index beslaat de periode 1815-1939 en bevat ook namen van rechtspersonen en bedrijven. De faillissementsdossiers hebben een openbaarheidbeperkende termijn van 75 jaar.
Wat is er in een faillissementsdossier te vinden?
De voornaamste stukken die wegens een faillissement werden opgemaakt en in het faillissementsdossier terecht kwamen zijn:
- Rekesten waarbij met redenen omkleed aan de rechtbank wordt verzocht iemand failliet te verklaren.
- Het vonnis waarbij de rechtbank vaststelt dat iemand heeft opgehouden te betalen en hij om die reden in staat van faillissement wordt verklaard. Bij dit vonnis worden ook de rechter-commissaris en een curator benoemd.
- Proces-verbaal van de verificatievergadering. In deze vergadering wordt vastgesteld wie schuldeisers zijn en om welke bedragen het gaat. Dit proces-verbaal kan bevatten:
- een lijst van erkende schuldvorderingen, met namen en bedragen.
- een verslag over de stand van de boedel. Hieruit blijkt wat de betrokkene nog bezit en wat dat kan opbrengen.
- een boedelbeschrijving.
- een verslag van de curator over wat hij heeft aangetroffen. Hieruit is op te maken waaraan het faillissement is te wijten.
- Stukken over een eventueel akkoord. De schuldenaar doet de schuldeisers dan een voorstel tot gedeeltelijke betaling. Soms gaan ze daarmee akkoord.
- Slotuitdelingslijsten. Hierin staat precies hoeveel iedere schuldeiser had te vorderen en wat hij uiteindelijk heeft gekregen. Deze lijsten kunnen ook namen van personeelsleden bevatten, die nog loon hadden te vorderen.
De faillissementsdossiers maken deel uit van de archieven van de Zeeuwse rechtbanken. Vóór 1838 was de officiële naam hiervoor ‘Rechtbank van Eerste Aanleg’, vanaf 1838 ‘Arrondissementsrechtbank’. Tot oktober 1838 was in Middelburg ook een Rechtbank van Koophandel gevestigd.
Lees ook over de Zeeuwse faillissementsdossiers in de zoekwijzer over dit onderwerp op de website van het Zeeuws Archief.
Gedetineerden gevangenissen Zeeland 1812-1931
Informatie over deze bronnen in aparte groep.
Rekesten Arrondissementsrechtbank Goes 1838-1877
Een bestand met 12.557 namen van personen die een rekest bij de Arrondissementsrechtbank te Goes indienden. Het werkgebied van deze rechtbank strekte zich uit over Noord- en Zuid-Beveland en Oost-Zeeuws-Vlaanderen. De rekesten werden als een civiele zaak door de rechtbank behandeld. Het betreffen voornamelijk pacht‑, huur‑, arbeids‑ en familiezaken, voogdijen, krankzinnigverklaringen en vennootschapszaken.
Strafvonnissen 1811-1838
Bestanden met 8.941 namen van personen die voor het Hof van Assisen of één van de Rechtbanken van Eerste Aanleg in Zeeland tussen augustus 1811 en 1 oktober 1838 in een strafproces terecht hebben gestaan. De index verwijst in eerste instantie naar het vonnis.
In de archieven van het Hof van Assisen en de Rechtbank van Eerste Aanleg te Middelburg zijn naast de vonnissen ook de bijlagen of processtukken bij de strafzaak bewaard gebleven. De bestanden van deze twee rechtbanken zijn aangevuld met gegevens over woonplaats, beroep, aanklacht (alleen bij het Hof van Assisen), en gegevens over de bijlagen bij het dossier. Zaken in appèl betreffen hoger beroep tegen een vonnis van een lagere rechtbank, in dit geval de vrederechter.
Kopieën van de bijlagen bij een vonnis moet u afzonderlijk bestellen. Hiervoor wordt een ander tarief in rekening gebracht.
|